Welke vervoerskosten mag ik bij ziekte of invaliditeit aftrekken?
U mag bij ziekte of invaliditeit de volgende uitgaven voor vervoer aftrekken:
-
Bij de berekening van uw werkelijke uitgaven voor vervoer in een kalenderjaar kunt u de volgende kosten meetellen:
- taxikosten
- kosten voor openbaar vervoer
- autokosten
2024
Bij autokosten gaat het om de werkelijke kosten voor de kilometers die u hebt gereden. Voor het bepalen van de kilometerprijs kunt u gebruikmaken van algemene schattingen, zoals de rekenhulp van de ANWB. De standaardschatting uit de rekenhulp moet wel voldoende overeenkomen met uw situatie.
2025
U mag € 0,23 per gereden kilometer aftrekken.
Parkeerkosten
U kunt parkeerkosten apart optellen bij de aftrekbare autokosten.
Apotheek
Kosten die u maakt om voorgeschreven medicijnen op te halen bij de apotheek mag u meetellen in de werkelijke uitgaven voor vervoer.
-
2024
U mag de extra vervoerskosten aftrekken als u hogere vervoerskosten hebt in vergelijking met mensen die niet ziek of invalide zijn. Het gaat dan om mensen die in financieel en maatschappelijk opzicht met u vergelijkbaar zijn.Om dit aannemelijk te maken, kunt u gebruikmaken van gegevens van bijvoorbeeld het Nibud of het CBS. Deze cijfers kunt u gebruiken als basis. Controleer zelf of alle kosten hierin zijn meegenomen, zoals bijvoorbeeld de afschrijving van uw auto. Hebt u hogere vervoerskosten? Dan mag u deze extra vervoerskosten meetellen.
U moet van deze extra kosten wel de vergoeding afhalen die u bijvoorbeeld van uw zorgverzekering kreeg.
2025
U mag een vast bedrag van € 925 aftrekken als u aannemelijk kunt maken dat u niet meer dan 100 meter lopend kunt afleggen.
Dit kan bijvoorbeeld door middel van een gehandicaptenparkeerkaart, een aanvraag bij de gemeente voor een mobiliteitsvoorziening uit de WMO of PGB, of een verklaring van een arts. Eventuele vergoedingen voor extra vervoerskosten die u krijgt of kunt krijgen, moet u van het vaste bedrag van € 925 aftrekken.