Belastingdienst

Gedragscode

Controlemedewerkers van de Belastingdienst voeren jaarlijks vele boekenonderzoeken uit. Om hun taak zo efficiënt en effectief mogelijk uit te voeren, maken zij  onder andere gebruik van de werkzaamheden die door de accountants in het kader van de wettelijke, statutaire of vrijwillige controle zijn uitgevoerd.

Een controlemedewerker kan om inzage in een controledossier verzoeken. De controlemedewerker vraagt daarbij aan de accountant om een toelichting op de dossierstukken, zodat de controlemedewerker deze in het juiste perspectief kan plaatsen. De controlemedewerker gaat vervolgens na in hoeverre hij kan steunen op de werkzaamheden van de accountant en welke werkzaamheden hij zelf nog moet uitvoeren.

Om deze inzage zo soepel mogelijk te laten verlopen, adviseren het Koninklijk Nederlands Instituut van Registeraccountants (NIVRA) en de Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA) hun leden om in het overleg met bestaande en potentiële cliënten nadrukkelijk aan hen te verzoeken om bij voorbaat toe te staan dat de accountant desgevraagd aan de Belastingdienst inzage in zijn accountantsdossier zal verstrekken en toelichting daarop zal geven. De beroepsorganisaties NIVRA en NOvAA zullen in de modellen voor opdrachtbevestiging hiervoor een voorbeeldtekst opnemen.

Indien de cliënt weigert om de accountant deze toestemming te verlenen dan zal de accountant deze handelswijze meewegen in de beslissing of hij die opdracht wel of niet kan aanvaarden, dan wel continueren.

Uiteraard is de Belastingdienst geïnteresseerd in de beweegredenen van de belastingplichtigen die toestemming tot inzage in het accountantsdossier weigeren. Ook tijdens de kwaliteitstoetsing door of namens de beroepsorganisaties NIVRA en NOvAA zal aandacht worden besteed aan het proces van opdrachtaanvaarding door accountants die een controleopdracht aanvaarden dan wel continueren van een cliënt die geen toestemming geeft voor inzage.

Beperkingen inzage in dossiers

De inzage door de inspecteur in de dossiers kent beperkingen. Zoals bepaald in artikel 53 juncto 47 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) moet de inzage gaan om het verkrijgen van gegevens die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing. Verder dient de inspecteur bij zijn verzoek om inzage de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (AWB) in acht te nemen, zoals het beginsel van de belangenafweging. Andere beperkingen komen voort uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (abbb). Zonder uitputtend te zijn, worden hier genoemd het fair-play beginsel, het proportionaliteits- en het subsidiariteitsbeginsel. In dit kader past ook dat de accountant zijn cliënt informeert, alvorens hij daadwerkelijk inzage verstrekt.

Het tot de abbb te rekenen beginsel van fair play, is door de Hoge Raad voor het eerst geformuleerd in het arrest van 23 september 2005. Dit beginsel verzet zich ertegen dat een inspecteur van zijn bevoegdheden gebruik maakt om kennis te krijgen van rapporten en andere geschriften van derden voor zover zij ten doel hebben de fiscale positie van de belastingplichtige te belichten of hem daaromtrent te adviseren.

Het proportionaliteitsbeginsel verhindert onder meer dat de inspecteur ongeclausuleerd inzage verzoekt in alle dossiers van een accountant. Inzage in (delen van) de dossiers vindt alleen plaats in het kader van een ingevolge de belastingwet te verrichten onderzoek. Het tijdsbeslag dat de inzage vergt, zal door hem zo beperkt mogelijk worden gehouden.

Het subsidiariteitsbeginsel vergt van de inspecteur dat hij eerst onderzoekt of de informatie die hij door middel van inzage wil verkrijgen, niet reeds in bezit heeft of op een andere voor de accountant minder belastende wijze kan verkrijgen. Bovendien stelt de controlemedewerker zich bij het maken van kopieën uit het controledossier terughoudend op. Hij houdt daarbij rekening met het intellectueel eigendom van de accountant.

Belastingdienst, AFZ94/4517M van 27 september 1994